Tijdens de uitvoering van het werkprogramma tegen stagediscriminatie in het hoger onderwijs, kwam naar voren dat er een sterke behoefte is aan een centraal online platform waar alle beschikbare kennis, tools en uitkomsten over stagediscriminatie verzameld en gedeeld kunnen worden met relevante stakeholders. 

Op dit platform brengen we die kennis samen. Hier vind je artikelen, onderzoeken, podcasts en praktische tools die helpen bij het herkennen, begrijpen en tegengaan van stagediscriminatie. Deze middelen zijn verzameld om professionals, studenten en andere betrokkenen te ondersteunen bij het ontwikkelen van effectieve strategieën binnen hun eigen organisaties. 

Frequently Asked Questions

Veelgestelde vragen

Wat is stagediscriminatie?

Stagediscriminatie in het hoger onderwijs verwijst naar het onrechtmatig behandelen of selecteren van studenten tijdens hun stageperiode op basis van bepaalde kenmerken, zoals geslacht, leeftijd, etniciteit, religie of andere persoonlijke eigenschappen.

Dit fenomeen doet zich voor wanneer studenten tijdens (het zoeken naar) stages te maken krijgen met vooroordelen, ongelijke kansen, of zelfs uitsluiting, uitbuiting en seksueel geweld.

Dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor hun zelfbeeld, mentale gezondheid, studieloopbaan en toekomstige carrièremogelijkheden.

(Gebaseerd op definitie van dr. Naomi van Stapele, lector Inclusive Education, Haagse Hogeschool. Bron: Kick-off van het werkprogramma tegen stagediscriminatie hoger onderwijs, 26 januari 2023)

Wanneer en hoe vindt stagediscriminatie plaats?

Stagediscriminatie kan plaatsvinden tijdens (het zoeken naar) beroepsgerichten stages, dus zowel tijdens de sollicitatieprocedure als op de werkvloer.

Tijdens het solliciteren kunnen studenten vermoedens krijgen van stagediscriminatie, zoals veel vaker moeten solliciteren dan anderen en wanneer ze constant niet uitgenodigd of aangenomen worden. Dit zijn meestal impliciete signalen, waardoor studenten ook niet altijd zeker zijn van het feit dat ze discrimineert worden. Discriminatie wordt vaak pas explicieter in de sollicitatieprocedure, als studenten bijvoorbeeld te maken krijgen met vooroordelen of discriminerende opmerkingen tijdens het sollicitatiegesprek. Ook worden studenten soms achteraf na een gesprek, op basis van een identiteitskenmerk, toch afgewezen.

Tijdens de stage kunnen studenten ook te maken krijgen met discriminatie. Ook dit kan er implicieter uitzien, zoals microagressies, discriminerende ‘grapjes’, vooroordelen, of ongelijkwaardige behandeling of kansen krijgen. Maar het kan er ook explicieter uitzien, zoals uitsluiting of uitbuiting op basis van identiteitskenmerken of (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.

Wie krijgt te maken met stagediscriminatie?

Uit onderzoeken blijkt dat het over het algemeen met name gaat om studenten met een (niet-westerse) migratieachtergrond, islamitische studenten, studenten met een functiebeperking, queer studenten en vrouwelijke studenten. Lees hier meer over de cijfers.

Ondanks dat stage—en dus ook stagediscriminatie—vooral wordt geassocieerd met het mbo en hbo, rapporteert het SCP in 2020 dat stagediscriminatie vaker wordt ervaren bij universitaire studenten: 23 procent, tegenover 8 procent bij studenten mbo-2/3 en 7 procent bij hbo-studenten. Het SCP speculeert dat dit mogelijk te maken heeft met dat in het mbo en hbo een stage vaker vast onderdeel van het curriculum is en er daardoor meer vaste stageplekken worden aangeboden, terwijl een stage zoeken voor het wetenschappelijk onderwijs wellicht meer lijkt op een reguliere sollicitatieprocedure op de arbeidsmarkt. Echter kan het hoge percentage ook te maken krijgen met het relatief kleine aantal universitaire studenten dat meedeed aan het onderzoek. Om een beter beeld te krijgen van deze groep studenten, is het Verwey-Jonker instituut momenteel bezig met een verdiepend onderzoek naar de stage-ervaringen van studenten in het wo. Dit onderzoek verschijnt naar verwachting in 2026.

Stagediscriminatie, gelijke stage kansen, stagemisbruik… Wat is het verschil?

Stagemisbruik betekent dat je als stagiair oneerlijk behandeld wordt. Bijvoorbeeld omdat je een gebrek aan begeleiding ontvangt, geen eerijke vergoeding krijgt, overmatige werkdruk ervaart of te maken krijgt met grensoverschrijdend gedrag. Alle studenten die stage lopen kunnen de dupe worden van stagemisbruik.

Stagediscriminatie is een vorm van stagemisbruik. Bij stagediscriminatie is er niet alleen sprake van oneerlijke behandeling, maar ook onrechtmatige ongelijke behandeling op basis van persoonskenmerken. Daarom wordt stagediscriminatie met name ervaren door studenten uit gemarginaliseerde groepen.

Kansenongelijkheid verwijst naar het feit dat niet iedereen dezelfde mogelijkheden krijgt om succes te behalen in het onderwijs, hun stageperiode, en het leven in het algemeen, vaak door factoren buiten iemands eigen controle (zoals afkomst, gender of sociaal milieu). Stagediscriminatie is dus één uiting van een breder systeem van kansenongelijkheid in het onderwijs, de arbeidsmarkt en de samenleving.

Gelijke stagekansen gaat dus niet alleen over het aanpakken van stagediscriminatie, maar ook over het zorgen voor de juiste voorbereiding, support en flexibiliteit voor studenten met minder toegang tot ondersteuning, netwerken, “know-how” en  (financiële) stabiliteit. Denk bijvoorbeeld ook aan studenten die moeten werken naast hun studie of die mantelzorgtaken hebben.

Gaat het nou écht om stagediscriminatie?

In gesprekken over stagediscriminatie blijft men vaak hangen bij de vraag “is dit nou écht discriminatie?”. Daarmee verschuift de aandacht van de ervaring van de student naar het verdedigen van intentie of het bewijzen van schuld. Maar, of discriminatie feitelijk aantoonbaar is of niet: een onprettige of ongelijkwaardige stage ervaring verdient altijd aandacht

Als onderwijsprofessional kan je je verantwoordelijkheid pakken en proactief ingrijpen als je merkt dat je student zich in een potentieel ongewenste, nare of (sociaal) onveilige positie verkeert en hier mogelijk negatieve consequenties aan ondervindt. Ongeacht van hoe jij of je student de ervaring duidt.

Een te grote nadruk leggen op feitelijk discriminatie aan kunnen tonen kan de negatieve ervaringen van de student verder versterken. De student moet vaak zijn nare ervaring constant herhalen en verdedigen. Bovendien is stagediscriminatie in veel gevallen moeilijk te bewijzen. Dit vooruitzicht maakt een student ook minder bereid om de ervaring te melden of bespreekbaar te maken.

Daarom plaatsen we het kader ‘ervaren discriminatie’ naast het kader van feitelijke discriminatie. In dit kader is de ervaring – zonder bewijslast – voldoende aanleiding om gepaste actie te ondernemen, in het belang van de student en de onderwijsinstelling.

Wat is de impact van stagediscriminatie?

De gevolgen van ervaren stagediscriminatie zijn groot. Allereerst kan stagediscriminatie negatieve consequenties hebben voor de studieloopbaan van studenten. Studenten die geen netwerk hebben om op terug te vallen kunnen in de knel raken bij hun opleiding als zij geen stage kunnen vinden. Zij kunnen studievertraging oplopen, of zelfs hun studie vroegtijdig afbreken.

Ten tweede kan de emotionele impact aanzienlijk zijn. Studenten die constant worden afgewezen, onrechtmatig behandeld worden tijdens hun stage, of die niet goed worden geholpen wanneer zij hun ervaringen bespreekbaar willen maken, kunnen er gefrustreerd, gedemotiveerd, depressief, onzeker, eenzaam en/of onveilig door gaan voelen. Ook dit kan leiden tot studievertraging en -uitval.

Ten derde kan stagediscriminatie effect hebben op het toekomstbeeld van studenten. Het meemaken van stagediscriminatie kan ervoor zorgen dat studenten minder vertrouwen hebben in het vinden van een (passende) baan of dat zij een moeilijkere start op de arbeidsmarkt hebben. Voor veel studenten is het zelfs een reden om niet meer in het werkveld waarin ze zijn opgeleid te willen werken.

Echter, de impact blijft niet bij het individu. Door de structurele aard van het probleem vertaalt de impact op individueel niveau zich ook naar consequenties op institutioneel niveau. Stagediscriminatie — en de afhandeling ervan — kan het vertrouwen dat studenten hebben in hun instelling en in hun werkveld schaden. En dat studenten die stagediscriminatie meemaken soms de keuze maken om hun studie voortijdig af te breken, of om niet meer in het werkveld te werken waarvoor ze zijn opgeleid, kan uiteindelijk ook negatieve gevolgen hebben voor de diversiteit van de leerlingenpopulatie en het werkveld. Met alle gevolgen vandien. Het aanpakken van stagediscriminatie is dus voor zowel studenten als voor onderwijsinstellingen en werkgevers van uitermate belang.

Waar kan (een vermoeden van) stagediscriminatie gemeld worden?

(Stage)discriminatie kan doorgaans gemeld worden bij interne meldpunten, informele aanspreekpunten, en externe meldpunten. Vaak is het zo dat, zowel mensen die de discriminatie zelf meemaken, als anderen die signaleren dat het bij iemand anders plaatsvindt, bij deze punten terecht kunnen.

Interne meldpunten zijn meldpunten binnen de hoger onderwijsinstelling. Niet elke hoger onderwijsinstelling heeft altijd een formeel meldpunt voor stagediscriminatie of ongewenst gedrag. Soms is er wel een intern meldpunt, maar is deze niet algemeen bekend onder studenten en medewerkers.

Vaker zijn er (informele) aanspreekpunten waar je stagediscriminatie bespreekbaar kan maken, zoals stagebegeleiders, stage- of opleidingscoordinatoren, veiligheidscoordinator, vertrouwenspersonen, mentoren, docenten, etc. Ook dit verschilt per instelling en opleiding.

Ten slotte zijn er ook externe meldpunten. Dit zijn landelijke of regionale meldpunten waar je (stage)discriminatie kan melden en ondersteuning kan krijgen. Plekken waar je terecht bij (vermoedens van) stagediscriminatie of -misbruik:

  • Discriminatie.nl: Is er voor elke ervaring van discriminatie, dus ook rondom stages. Luisteren naar je verhaal en helpen je met eventuele vervolgstappen.
  • ELBHO meldpunt stagemisbruik en intimidatie: Is er niet alleen voor stagediscriminatie, maar elke vorm van onrechtmatig gedrag op stage. Bespreken met jou de situatie en een actieplan. Gaan gesprek aan met het desbetreffende stagebedrijf, zonder jouw gegevens openbaar te maken. Kunnen bemiddelen tussen jou, de opleiding en het stagebedrijf.
  • CNV meldpunt stagemisbruik: Is er niet alleen voor stagediscriminatie, maar elke vorm van onrechtmatig gedrag op stage. Luisteren, geven persoonlijk advies en vertellen je precies wat je rechten zijn. Soms kunnen zij concrete stappen zetten, en soms blijft het bij tips en advies
Waarom is de meldingsbereidheid voor (stage)discriminatie zo laag?

Er zijn verschillende factoren die ervoor zorgen dat studenten vaak niet bereid zijn om (stage)discriminatie te melden, waaronder:

  • Geen geïntegreerde infrastructuur aanwezig voor meldingen van stagediscriminatie waarvan de studenten op de hoogte zijn
  • Anticiperen dat ze niet serieus genomen als ze een melding maken
  • Kunnen zelf discriminatie niet herkennen of het is een onderdeel van hun dagelijkse realiteit, dus zullen dit niet als uitzonderlijk of ‘meldbaars’ zien
  • Geen duidelijke concrete oplossingen/gevolgen, waardoor studenten geen meerwaarde zien om het te melden
  • Mogelijkheid tot studievertraging, willen opleiding liefst zo snel mogelijk halen
  • Wantrouwen van studenten t.o.v. opleiding wat betreft ondersteuning, passende acties & bescherming

Lees in dit artikel meer hierover.

Wat kan ik als (onderwijs)professional, instelling of stageorganisatie doen tegen stagediscriminatie?

Wil je je eerst verder verdiepen in het thema? Check onze bewustwordingsmaterialen.

Wil je direct aan de slag? Check onze good practices.

Benadering

Vanuit onze benadering, geïnspireerd door het ‘liberatory consciousness framework’ van Barbara Love, willen we onderwijsprofessionals handvatten bieden om stagediscriminatie op een effectieve en duurzame manier aan te pakken. Deze vier stappen – bewustwording, contextanalyse, interventies en verantwoordelijkheid nemen – vormen de kern van onze aanpak en bieden een basis voor zowel individuele als institutionele verandering.

Dit platform en het werkprogramma wordt gecoördineerd door ECHO Expertisecentrum Diversiteitsbeleid. Het werkprogramma concretiseert de gezamenlijke ambitie van de VH (hogescholen), UNL (universiteiten), studentenorganisaties ISO en LSVb, de ministeries van OCW en SZW en werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland om de handen ineen te slaan in de aanpak tegen stagediscriminatie binnen het hoger onderwijs. Deze ambitie is omgezet tot actie nadat door eerdergenoemde organisaties in de zomer van 2022 het manifest tegen stagediscriminatie in het hoger onderwijs is ondertekend. Met het ondertekenen van het manifest spreken de organisaties gezamenlijk verantwoordelijkheid uit voor het tegengaan van stagediscriminatie, waarbij ieder op zijn eigen manier aan zet is. Door het verbinden van onderwijsinstellingen, werkgevers en studenten willen we bewustwording vergroten en concrete acties stimuleren die bijdragen aan het voorkomen van stagediscriminatie. Lees hier meer over het werkprogramma.

Heb je vragen, opmerkingen of mis je iets op dit platform? Neem contact op met Vicky (vicky@echo-net.nl).